08 september 2010

Citaat

"Het huishouden interesseerde Clara niet. Ze liep door het huis en vond het doodgewoon dat alles perfect opgeruimd en schoon was. Ze zat aan tafel zonder zich af te vragen wie er had gekookt of waar de boodschappen waren gehaald en het was haar om het even wie haar bediende. Ze vergat de namen van het personeel en soms zelfs die van haar eigen kinderen, toch scheen ze aanwezig te zijn als een goede, vrolijke geest die alle klokken in werking stelde als ze passeerde. Ze ging altijd in het wit gekleed omdat ze vond dat dat de enige kleur was die haar aura niet verstoorde. Ze gaf de voorkeur aan de eenvoudige kleding die Férula op de machine maakte boven de met ruches en juwelen bestikte jurken die haar echtgenoot haar schonk om te schitteren en er modieus uit te zien. Esteban was vaak wanhopig omdat ze hem met dezelfde vriendelijkheid behandelde als waarmee ze iedereen behandelde en tegen hem sprak op dezelfde aanhalerige toon als tegen de poezen. Ze merkte nooit of hij moe of treurig was of vol van levensvreugde en liefdesverlangen. Maar ze zag wel aan de kleur van zijn aura wanneer hij een schoftenstreek wilde uithalen, en kon met een paar grappige opmerkingen een woedeaanval in de kiem smoren. Hij was vertwijfeld omdat Clara nooit echt ergens dankbaar voor was en nooit iets nodig had dat hij haar zou kunnen geven. In bed was ze verstrooid en vrolijk zoals bij alles, ontspannen en ongecompliceerd, maar afwezig. Ze wist dat ze met haar lichaam alle variaties kon nadoen uit de boeken die in de geheime kast in de bibliotheek stonden, maar zelfs de verderfelijkste zonden leken bij Clara op het gestoei van een pasgeboren baby, omdat het zout van een slechte gedachte of de peper van de onderwerping ontbrak."

(uit 'Het huis met de geesten', Isabel Allende)