29 oktober 2014

Trucje

Daar zie ik nog juist het puntje van mijn staart. Het ziet er verweerder en valer uit dan de vorige keer. Wat uitgedund en onverzorgder. Ouder quoi. Het tempo waaraan ik loop te crossen is wat afgenomen, noodgedwongen weliswaar. Fysiek gesproken dus vooral. Ik loop mijn staart niet langer angstvallig achterna. Het is gewoon niet meer te doen. Mijn lijf zegt neen en nestelt zich sinds kort bij het minste zonnetje op een kussen voor het raam. Bij de minste regen rolt het zich lafjes onder een steen of in een pot gele chrysanten. Maar als je de energie die mijn hoofd in zijn denken steekt, zou omzetten in elektriciteit dan kon ik de hele stad voorzien. Mijn hoofd heeft helaas nog geen trucje gevonden om zijn grenzen te bewaken. Mijn hoofd is vooralsnog knettergek. Ik zal je niet opzadelen met hetgeen hem zoal bezighoudt, maar serieus: dat slaat nergens op.
Er is slechts één spelletje waarmee het hoofd zich redelijk in bedwang weet te houden. Dat is het rangschikken van groepjes. En dan allerliefst: het rangschikken van gekleurde en gevormde dingen aan huis, zoals stukken fruit of schone was. Als zelfs dat voor het lichaam te veel gevraagd is, gaan we samen, lijf en hoofd, op de grond met onze zuinig gespaarde postkaarten aan zet.